smaak


Stel: je zit ’s ochtends vroeg in de trein en je maag maakt van die typische hongergeluiden. Misschien heb je nog niet ontbeten, misschien heb je te weinig gegeten; het maakt niet uit, je hebt honger. Als je op dat moment in een Fyra zit, heb je geluk. Tussen elke stop komt de ‘cateringservice’ van de Nederlandse Spoorwegen langs. Wat de NS precies onder service verstaat is niet helemaal duidelijk. De prijzen van de koffie, thee, koeken en frisdrank zijn crisisonbewust hoog. Daar staat tegenover dat ze bij je langs komen en je zelfs vragen of, en zo ja wat je wilt drinken. Bij honger of dorst ben je in de Fyra absoluut veilig.

Maar ik zat niet in de Fyra. De boterhammen die ik thuis vol overgave had gesmeerd wilde ik bewaren tot bij de lunch. Een nadere blik in mijn tas wees me er op dat een tweetal bananen mij hadden vergezeld tot op mijn reis naar het werk. Een oom heeft mij vroeger eens verteld dat het achter elkaar eten van twee bananen tot obstipatie zou leiden. Het was daarom niet zomaar gezegd dat twee bananen de plaatselijke hongersnood op zouden kunnen lossen. Het medicijn tegen de ene kwaal kan de veroorzaker van ander leed zijn. Omdat ik er zeker van meende te zijn dat één banaan ‘gewoon gezond’ zou zijn, waagde ik me aan degene die bovenop lag. Zijn goudgele huid was stevig en glinsterde haast in het zonlicht. Ik moet zeggen, hij zag er fantastisch uit, de Casanova onder de bananen, hanger aan de hoogste boom.
De binnenkant van de banaan, dat waar het allemaal om draait, zag er minder florissant uit. Mijn kromme metgezel werd ontsierd door een beurse plek over de gehele lengte van zijn rug. Dit was duidelijk niet de banaan die de buitenkant deed vermoeden. Ik was ontgoocheld, voelde me verraden en wist even niet meer waar ik het zoeken moest. Bananen moeten van zowel de binnen- als buitenkant mooi zijn, en vol van smaak, net zoals op televisie.
Ik walgde van mezelf. Sinds wanneer was ik in godsnaam zo’n bekrompen geest geworden? Sinds wanneer was uiterlijk het belangrijkste ijkpunt van fruit? Het draait immers bij een banaan niet om de buitenkant en zelfs niet om de buitenkant van de binnenkant. Smaak, dat is een graadmeter van geluk. Over smaak valt niet te twisten, maar het is wel het belangrijkste goed in je leven. Het bepaalt wie je bent, hoe je over iets denkt en waarom je bepaalde beslissingen maakt.

Ik besloot de smaak te laten zegevieren en nam een hap. Helaas werd mijn vooroordeel bevestigd en de banaan was niet om over naar huis te schrijven, waardoor ik genoodzaakt was mijn principes over boord te zetten. Ik haalde de andere banaan uit mijn tas en de moed zakte me in de schoenen. De schil was bijna verschrompeld en zat vol met donkere plekken. Ik stond op het punt om mijn lunch op te offeren voor het goede doel toen mijn nieuwsgierigheid het won van de afkeer.
Wat zou er onder de schil zitten? Misschien was dit wel mijn moment van het lelijke eendje die een prachtige zwaan zou blijken. Hoe langer ik naar de banaan keek hoe zekerder ik ervan werd dat dit een bepalend moment in mijn leven zou kunnen zijn. Ik stond op een kruising in mijn leven: de banaan weggooien zou gelijkstaan aan een leven als zure bananen-recensent. Hem openen zou kunnen betekenen voor altijd een liefhebber te worden. Een tussenweg bestond niet in mijn hoofd. Ik slaakte een zucht en nam een sprong in het diepe.

De banaan opende zich voor me alsof ik er geen moeite voor moest doen. En onder die gehavende huid lag een schoonheid van ongekende grootte. De banaan was volmaakt. Mooi van vorm, niet te groot, niet te klein. Perfect. Er moest een hogere macht in het spel zijn die me een belangrijke les te leren had. De smaak kan ik niet eens meer onder woorden brengen. Zo puur, zo fijn. Een streling op de tong.

Voldaan keek ik naar buiten. Het leven is goed. De ene banaan is de andere niet. Dat is dus wel gebleken.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten